13-02-08

Donderdag 31 januari 2008.

Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik in een café te wachten tot ik afspraak heb met de mensen die me vanavond te slapen gaan leggen.  

Het is me wel duidelijk dat beewegen naar Compostela heel anders is dan ik het me had voorgesteld en ik weet niet wat ik er van moet denken.  Doorgaan ? Over Tours gaan in plaats van in Vezelay en Le Puy en Vélay ? De Camino Frances in plaats van de del Norte ?

Via de pelgrimstamtam hoor ik dat er iemand met een Duvel op me zou gaan wachten in Hiraumont aan de kerk.  Ik zou zeggen : kom met een geuze naar Reims, maar ik weet niet hoe lang ik hier ga zijn.  
Ik hoor ook dat iemand aanraadt van slaapplaats te reserveren in België en Frankrijk.
Wel, dat is niet nodig vind ik.  In een beetje Belgische stad vind je wel een hotel en in Frankrijk zijn er veel meer kan je zoeken achter gîte d’étappe, een systeem van één nacht slapen met avondeten en ontbijt.  Het kost elke keer wel geld, maar er heeft niemand ooit gezegd dat beewegen naar Compostela goedkoop was !

En ik ? Awel, ik weet het nog niet, zo simpel is het.

Ik weet wel dat ik voorlopig geen blogbijdragen meer ga leveren.  

Alle kaarsen zal ik branden en ik zal aan iedereen denken, wees er maar zeker van.
En daarmee begint misschien een nieuwe beeweg, geen naar Compostela, maar naar mezelf.

“Wie naar buiten kijkt, droomt.  Wie naar binnen kijkt, ontwaakt.”

00:38 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

12-02-08

Woensdag 30 januari 2008.

Goed uitgeslapen en om half negen ben ik al op weg.  
Het stappen gaat heel goed en ik zet een liederenstond in.  “Last Christmas” van Wham! galmt door de bossen en langs velden weerklinkt “Won’t you be my number two” van Joe Jackson.  Het gaat heel vlot, zowel het stappen als het zingen en omdat ik per slot van rekening in Frankrijk ben, moeten de Franse klassiekers er ook aan geloven.  “Pour un flirt avec toi” en het opzwepende « Lac des Conemarins » : « les lacs, les rivières, les sol et meunières, l’argent déposé à l’O… »
Het gebrek aan Franse tekstvastheid breekt me zuur op, want de nevel die er al de hele dag hangt, begint uit te regenen.  Gedaan met het Franse chanson en het stappen gaat meteen veel minder.

In Rethel vraag ik aan een voorbijgangster achter de toeristische dienst.  Beter op het gemeentehuis vragen zegt ze, want toeristische dienst gesloten in de winter.  
Op het gemeentehuis weten ze me te zeggen dat er geen pelgrimsopvang is, en verwijzen ze me naar… de toeristische dienst.  Ik dus braaf naar daar, maar ik vind het niet.  Terug naar het gemeentehuis dan maar, tot ik een reisbureau zie.  Met een beetje geluk kunnen ze me daar het goedkoopste hotel zeggen.

Een vriendelijke vrouw vraagt hoe het in feite gaat, zon’ pelgrimsopvang.  Wel, in een goede parochie is er ergens een bed voor een pelgrim.  Ah, maar ze kent de pastoor ! Ze gaat eens bellen.  Pastoor weg.  Gebeld naar de andere pastoor (er zijn twee kerken in Rethel), maar die verwijst haar door.  Mmm, of ik binnen een half uurtje kan terugkomen, dan zal ze wel iets gevonden hebben.

Zo gezegd, zo gedaan.
“Je slaapt vannacht bij mij thuis,” zegt ze, “ze verwijzen me eindeloos door, in het klooster en al.”

Of ik mijn spullen daar mag laten staan ? Tuurlijk ! Tegen half zeven terug daar, dan neemt ze me mee naar haar thuis.  En nee, het stoort niet en haar man gaat het wel goed vinden !

Zo gezegd en weer zo gedaan.  
Ze neemt me mee naar haar thuis, geeft me de gastenkamer en na een douche ontmoet ik haar man in de keuken.  Nee, het stoort hem niet ! En nee, ze willen niets van geld !
Ik presenteer dan maar de muntpralines die ik gaan halen was – een pelgrim moet zijn wereld kennen.

Die nemen ze graag aan en tijdens het eten komt ter sprake hoe ik het tot nu toe gedaan heb om te slapen.  Hotels en gîtes allerhande.  De pastoors zijn niet thuis of geven niet thuis en de kloosters hebben geen plaats.  Nu niet, maar later wel, dat is voorzien voor later, pelgrimsopvang !
De vrouw trekt bleek weg als ik dat zeg.  
“Dat hebben ze tegen mij in het klooster ook gezegd toen ik  belde !”
Ik ben er niet goed van, maar laat niets merken.

Na het eten bespreken we de weg naar Reims en regelen ze slaapplaats voor me bij familie.  

’s Avonds in bed prijs ik mezelf gelukkig met zo’n brave mensen.  Het is de eerste keer dat ze een pelgrim herbergen en ze zijn er niet echt gerust in merk ik.  Zowat elk uur gaat hun slaapkamerdeur stilletjes open en dan het licht op de overloop aan.  
Ze mogen gerust zijn hoor, ik ben blij dat ze me willen helpen !
Tegelijk ben ik in-triest dat hier ook weer het instituut kerk het laat afweten.  
Later gaan ze dat doen, pelgrimsopvang.  Wanneer er geen mens meer naar hen toekomt zeker; als ze klaar zijn met bidden en werken.  Als de Dag des Oordeels daar is zeker.  
“Ja, wij hebben altijd goed geleefd ! Heelder pilaren kapotgefret en vooral niet gekeken naar wat we konden doen voor een medemens !”
Ik raak maar niet goed in slaap, het gebeurde blijft me bezighouden.  Weer eens geen plaats in de ‘erberg ! Een geluk dat er plaats was in het hart van deze mensen.  
Ik heb het er erg moeilijk mee en ik vraag me af of ik niet zou stoppen.  Wat kan me dat vodje papier van in Compostela schelen !?! Ik ben er al achter dat het instituut kerk niets meer voor me betekent en dat een kerkelijk document een even verduldig papier is als een werelds !
Wat zit ik hier te sukkelen met pijnlijke voeten en een rugzak ?! Wat zit ik hier te zwaaien met een pelgrimsstaf en gegeneerd te zijn om een lift aan te nemen ?!

Ik heb nog een goed stuk van mijn budget en heb nog zes maand.  Ik kan ergens in de zon gaan zitten op mijn gemak.  Ik kan gaan liften en een paar Franse correspondenten gaan bezoeken.

Morgen voert de heer des huizes me naar Reims en daar heb ik al een slaapplaats.  Er is een bisschop en daar kan ik dan ook nog eens slapen.  En er is een jeugdherberg, dus kan ik een derde nacht goedkoop slapen als ik het wil.  

Beewegen, het valt me enorm tegen !

17:43 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-08

Dinsdag 29 januari 2008.

Het stappen gaat vandaag helemaal niet precies.  Ik stop er ’s middags mee, morgen staat er een groot stuk op het menu.  Allez, groot voor mijn doen.

Sommigen zullen wel opperen dat ik maar had moeten trainen, maar dat is niet mijn ding.  Plus het gaat wel, hoe sukkelachtig ook.  

Soms moet ik tegen mijn tranen vechten en ik zou ik weet niet waarom ik zou willen huilen.  Pijn ? Die heb ik niet echt.  Eenzaamheid ? Ken ik niet hier onderweg.  En het is ook geen verdriet.  Wat is het dan ? Ik denk dat het net beewegen is, bevangen worden door iets wat zich niet laat beschrijven.  

Via de pelgrimstamtam verneem ik dat er iemand met een bed op me te wachten stond in Namen.  

Ik wist het eigenlijk op voorhand, maar ben er heel bewust niet op ingegaan.  België door was zwaar en ik had nog niet echt de indruk van “vertrokken” te zijn.  Het is moeilijk om juist te verwoorden, maar in België kende ik alles bij wijze van spreken.  Ik kon makkelijk zelf thuis raken als ik wilde, ik zou thuis geweest zijn eer ik anders thuis was van het werk.  Door dus niet in te gaan op het vooraf gesignaleerde bed, moest ik wel verder en moest ik mijn plan trekken.

De Belgisch-Franse grens was ook een psychologische grens, het psychologische point of no return.  Vanaf daar is het gemakkelijker verder te gaan dan terug te keren.

De eerste dagen heb ik eenzelfde weg gevolgd en ik zag de kilometers die ik afgelegd had in Frankrijk opklimmen, letterlijk de d8051.  En dan… dan een andere weg.  De plaatsen zijn me compleet onbekend hier en ik kan niet meer zien hoe ver ik Frankrijk binnen ben.
Ik kijk op een gewone wegenkaart, reken afstanden uit met een tekendriehoek, het enige latje dat ik in een winkel onderweg vond.  Eén cm is elf km.  Hoe meet je een bochtige weg ?
Ik haal gemiddeld iets van een 3 km per uur als ik goed kan tellen.  Tellen ? Vergeet het tellen, het is stappen dat ik moet doen.

20:05 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-02-08

Maandag 28 januari 2008.

Het eerste wat ik vandaag gedaan heb, is een beetje de toerist uithangen.  Rocroi is een stervormige vestingstad waarvan de vestingen heel goed bewaard zijn.  Ik verwacht half van tegengehouden te worden door een Franse soldenier die wil weten wat ik hier doe.  
Onderweg naar Compostela ? Alle papieren met zegel laten zien ! Direct !

Het stappen gaat goed, maar ik krijg nog ergens een nieuwe blaar.  

Het stoort me dat ik vandaag een twee kilometer van de grote baan af moet achter slaapplaats.  En het blijkt hier dan wel mooi maar vooral heel koud te zijn.  Het electrische chauffage-element aan de muur staat op maximum, maar ik blijf het koud hebben.  Snel een hete douche dan, maar dat gaat niet.  Het is een getimede en gecontroleerde straal water waar ik het mee moet doen.  Vier, vijf, zes keer duwen en een zevende keer, maar zo is er ook geen plezier aan.  Bevriezend afgedroogd (ja, een rare werkwoordenconstructie, maar doe het maar eens, je afdrogen rillend van de kou en droog nog staan rillen).  

Overleg met de vrouw des huizes over de route van morgen en het belooft niet veel goed.  Het probleem is het gebrek aan logies hier in de streek, zegt de vrouw, maar daar ben ik niet veel mee.  

Om nog zoiets te zeggen : in Rocroi was er een hotel-restaurant waar op de deur te lezen stond dat het hotel definitief dicht was, met daaronder de openingsuren van het restaurant.  

Het is mijn dag niet vandaag en ik ga vroeg naar bed.

14:19 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-02-08

Zondag 27 januari 2008.

Stapperdestap, weer op weg, en ik loop opnieuw langs de Maas.
In Dinant was het 5 euro per nacht extra voor een kamer met zicht op de Maas. En ik heb dat hier al gratis elke dag van in Namen!
Moest ik het kunnen verkopen, zou ik een nacht op hotel verdiend hebben. Allez, een goedkoop hotel, want ik ben de Maas allang beu.
Voer voor de stappers: Er loopt inderdaad een wandelweg helemaal langs de Maas, maar op de andere oever. Zelf uit te zoeken voor de rest, want mij lokt de gewone baan.
Eens buiten Fumay buigt de Maas naar links, en ik ga naar rechts. Salu Maas, tot veel later hoop ik.
Voor de volledigheid, de gewone baan loopt vaak langs de Maas, maar niet altijd. En hoe het zit met langs de Maas gaan in Chooz weet ik niet.
Nu moet ik echt de Maasvallei uit en het is een kilometerslange klim langs een slingerende baan doorheen de bossen.
Na een paar kilometer ben ik het geslinger tussen de bomen (dan loofwoud, dan dennen, dan even loofwoud) nog meer beu dan altijd de Maas.
Een mens is nooit tevreden precies. Het begint donker te worden en ik ben nog niet waar ik moet zijn. Het is even slikken , maar in de schemering zie ik een bordje, net voor het centrum: chambre d’hôte. Voila, gered.
Ik blijk de eerste pelgrim van het seizoen te zijn en ben gesteld met eten en drinken en al voor 8 dagen Maaszicht.
De vrouw des huizes regelt slaapplaats voor me voor morgen, en raadt me aan van dat nog zo te doen, want er zijn hier maar weinig logies. Ok, ik zal eraan denken.

Heel de dag ben ik eigenlijk niemand tegen gekomen en het stoort me niet. Langzaam aan merk ik dat ik begin te denken , of liever gezegd dat de gedachten in me opkomen. Vraag me niet of ik aan deze of gene heb gedacht, want dat weet ik niet. Als ik mijn gedachten wil vatten, zijn ze weg.
En ter afsluiting wat meer aards nieuws: mijn voeten. Ze raken het gewend, een hele dag stappen, en de blaren vereelten langzaam. Als ik thuis ben ga ik wel naar de smid moeten, een pedicure gaat niet genoeg kunnen doen.

21:41 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-02-08

Zaterdag 26 januari 2008.

Iets na elf verlaat ik het pad langsheen de Maas en trek Frankrijk binnen. Er staat niet eens een bord., enkel langs de Belgische kant.
Een geluk dat ik wat aardrijkskunde ken of ik zou al kunnen denken dat ik al in Spanje was.
De eerste stad die ik passeer is Givet. Het is een oude vestingsstad met citadel, net zoals Dinant en Namen.
Achter Givet verlaat ik de Maasvallei en het is wat zoeken achter de bergvitesse. De kerncentrale van Chooz  ligt op de andere oever en naar verluidt, zou er een wandelpad zijn van het park in Givet tot Charleville-Meuzières. “Voies vertes” zou het heten. Ik neem me voor om het te laten weten aan stapper Jos: Ravel 2 van Hoegaarden tot de grens en dan langs de oever van de Maas met een “voie verte”.
Ik heb voorlopig meer dan genoeg wandelpaden gezien.
Iets na 3 ben ik in Vireux-Molhain en ik wil op zoek gaan naar de kerk of het café in de buurt ervan, als ik het toeristisch infopunt zie.
Opvang van pelgrims? Misschien in de abdij van Givet
Euh, daar kom ik net vandaan, Givet, en ik ga echt niet meer helemaal terug.
Ze hebben er enkel info over hotels en kamers, maar ik kan altijd de pastor eens proberen. Als hij thuis is.  Het priestertekort in Frankrijk is nog groter dan in België.
Wel, geef me dan maar de goedkoopste kamer, ik heb geen zin in weer zo’n deken als in Eghezée toestand, en voor 25 Euro (30 met ontbijt) kan ik terecht in een ding dat de dame van het toeristisch infopunt uitbaat. Het blijkt een mooi gerestaureerd oud huis te zijn en het eerste wat ik doe als ik op de kamer kom, is me neerleggen en slapen. Een uurtje later word ik wakker, trek mijn jas uit en ga onder de dekens liggen. Nog een uurtje later ben ik weer fit genoeg om te gaan eten, drinken en me te wassen.

01:38 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-08

Vrijdag 25 januari 2008.

Vrijdag 25 januari 2008.
Via de pelgrimstamtam kreeg ik gisteravond goed nieuws. Iemand voor wie ik een kaars had laten branden, had weer nieuwe moed gevonden.
Vanmorgen eerste werk: een kaarsje branden om dank u te zeggen.
Een mens gaat maar al te vaak kaarsen branden of bidden als hij iets nodig heeft. Een beetje alsof hij het dan alleen niet meer kan en dan pas tot God komt. Gaat alles goed, waarom zou de mens dan naar God omzien?! Dan is het ongetwijfeld de mens die het zelf voor elkaar gekregen heeft!?
In de kerk staat een tekst bij de bak van het geld voor de kaarsen:
“ Ik kan niet bidden”
“ Ik weet niet wat zeggen”
“ Ik heb niet veel tijd”
“ En dan?”
“ Het licht dat ik offer”
“ Is een beetje van mijn geld, “
“ Is een beetje van mijn tijd, “
“ Is een beetje van mijzelf “
“ Dat ik laat staan voor de Heer “
“ Voor de Heilige Maagd, “
“ Voor een heilige. “
“ Dit licht dat brandt,”
“ Symboliseert  mijn gebed. “
“ Dat ik verder doe, “
“ Terwijl ik verder ga.”

Geïnspireerd door die woorden zet ik mijn beeweg verder. Onderweg kom ik de man tegen, die ik dinsdag al tegengekomen was, de Waal die in 2007 ook naar Compostela gegaan is. Middageten bij hem!

Na een deugddoende maaltijd en even geluisterd te hebben naar zijn boeiende verhalen., ben ik verder. Het is vier uur dan en binnen een uur is het donker. Gelukkig is het niet zo ver meer dat ik moet, en als ik dan de pelgrimsopvang zou kunnen vinden …
Een kerk ,,,, een gemeentehuis … café … Kerk dicht, dus richting café, als ik daar een man de kerk zie open doen. Café zal voor een andere keer zijn!
Pelgrimsopvang? Ja,hij is de verantwoordelijke, maar hij moet nu gaan werken tot 10 uur. Tegen 7 uur eens gaan zien, want nu is er niemand , zegt hij.  Dat wordt dan 2 uur café en voorzichtigheidshalve besluit ik toch eerst maar even te gaan zien. Strks moet ik dt immers ook nog gaan vinden, na dt cafébezoek.
Hup, brug over en dan even zien. Achter de kerk was het. Is dat hier de straat in? Of ben ik al te ver en moet ik over het kerkhof?
Een vriendelijke dame, die de straat uitkomt, vraagt of ze me kan helpen. Ja graag. Hier de straat in en dan op het einde? OK, Bedankt mevrouw.
Ik kan dan moeilijk anders dan daar in gaan, ook al is er honderd meter verder aan de andere kant van de straat een café. Als pelgrim ben je immers dankbaar voor alle hulp.
Straat in, allez denken waar het is, even opzij ook zien en net als ik weer aan de voorkant ben, rijdt een auto de steentjes voor het huis op.
Ja, hij komt voor mij. Ja, speciaal voor mij. Ah … wel, die vrouw dat me gevraagd had of ze me kon helpen, was een vriendin van hem en hij hielp hier ook met de opvang. Hij laat me binnen.
En terwijl menig bloglezer vanavond wel op café zit, ben ik blij dat  ik er niet geraakt ben!

19:05 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-02-08

Donderdag 24 januari 2008.

Pijnlijke en gezwollen voeten èn een blaar aan de onderkant van mijn linkervoet. Grmbl.
Moeilijke keuze: wat nu gedaan? Stappen of rusten? Even nadenken … Rusten. Er is toch ook werk aan de winkel. De GR-paden volgen is uit den boze en ik ga mijn route plannen langs gewone wegen.. En ook mijn voeten verzorgen natuurlijk.

18:39 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |