12-02-08

Woensdag 30 januari 2008.

Goed uitgeslapen en om half negen ben ik al op weg.  
Het stappen gaat heel goed en ik zet een liederenstond in.  “Last Christmas” van Wham! galmt door de bossen en langs velden weerklinkt “Won’t you be my number two” van Joe Jackson.  Het gaat heel vlot, zowel het stappen als het zingen en omdat ik per slot van rekening in Frankrijk ben, moeten de Franse klassiekers er ook aan geloven.  “Pour un flirt avec toi” en het opzwepende « Lac des Conemarins » : « les lacs, les rivières, les sol et meunières, l’argent déposé à l’O… »
Het gebrek aan Franse tekstvastheid breekt me zuur op, want de nevel die er al de hele dag hangt, begint uit te regenen.  Gedaan met het Franse chanson en het stappen gaat meteen veel minder.

In Rethel vraag ik aan een voorbijgangster achter de toeristische dienst.  Beter op het gemeentehuis vragen zegt ze, want toeristische dienst gesloten in de winter.  
Op het gemeentehuis weten ze me te zeggen dat er geen pelgrimsopvang is, en verwijzen ze me naar… de toeristische dienst.  Ik dus braaf naar daar, maar ik vind het niet.  Terug naar het gemeentehuis dan maar, tot ik een reisbureau zie.  Met een beetje geluk kunnen ze me daar het goedkoopste hotel zeggen.

Een vriendelijke vrouw vraagt hoe het in feite gaat, zon’ pelgrimsopvang.  Wel, in een goede parochie is er ergens een bed voor een pelgrim.  Ah, maar ze kent de pastoor ! Ze gaat eens bellen.  Pastoor weg.  Gebeld naar de andere pastoor (er zijn twee kerken in Rethel), maar die verwijst haar door.  Mmm, of ik binnen een half uurtje kan terugkomen, dan zal ze wel iets gevonden hebben.

Zo gezegd, zo gedaan.
“Je slaapt vannacht bij mij thuis,” zegt ze, “ze verwijzen me eindeloos door, in het klooster en al.”

Of ik mijn spullen daar mag laten staan ? Tuurlijk ! Tegen half zeven terug daar, dan neemt ze me mee naar haar thuis.  En nee, het stoort niet en haar man gaat het wel goed vinden !

Zo gezegd en weer zo gedaan.  
Ze neemt me mee naar haar thuis, geeft me de gastenkamer en na een douche ontmoet ik haar man in de keuken.  Nee, het stoort hem niet ! En nee, ze willen niets van geld !
Ik presenteer dan maar de muntpralines die ik gaan halen was – een pelgrim moet zijn wereld kennen.

Die nemen ze graag aan en tijdens het eten komt ter sprake hoe ik het tot nu toe gedaan heb om te slapen.  Hotels en gîtes allerhande.  De pastoors zijn niet thuis of geven niet thuis en de kloosters hebben geen plaats.  Nu niet, maar later wel, dat is voorzien voor later, pelgrimsopvang !
De vrouw trekt bleek weg als ik dat zeg.  
“Dat hebben ze tegen mij in het klooster ook gezegd toen ik  belde !”
Ik ben er niet goed van, maar laat niets merken.

Na het eten bespreken we de weg naar Reims en regelen ze slaapplaats voor me bij familie.  

’s Avonds in bed prijs ik mezelf gelukkig met zo’n brave mensen.  Het is de eerste keer dat ze een pelgrim herbergen en ze zijn er niet echt gerust in merk ik.  Zowat elk uur gaat hun slaapkamerdeur stilletjes open en dan het licht op de overloop aan.  
Ze mogen gerust zijn hoor, ik ben blij dat ze me willen helpen !
Tegelijk ben ik in-triest dat hier ook weer het instituut kerk het laat afweten.  
Later gaan ze dat doen, pelgrimsopvang.  Wanneer er geen mens meer naar hen toekomt zeker; als ze klaar zijn met bidden en werken.  Als de Dag des Oordeels daar is zeker.  
“Ja, wij hebben altijd goed geleefd ! Heelder pilaren kapotgefret en vooral niet gekeken naar wat we konden doen voor een medemens !”
Ik raak maar niet goed in slaap, het gebeurde blijft me bezighouden.  Weer eens geen plaats in de ‘erberg ! Een geluk dat er plaats was in het hart van deze mensen.  
Ik heb het er erg moeilijk mee en ik vraag me af of ik niet zou stoppen.  Wat kan me dat vodje papier van in Compostela schelen !?! Ik ben er al achter dat het instituut kerk niets meer voor me betekent en dat een kerkelijk document een even verduldig papier is als een werelds !
Wat zit ik hier te sukkelen met pijnlijke voeten en een rugzak ?! Wat zit ik hier te zwaaien met een pelgrimsstaf en gegeneerd te zijn om een lift aan te nemen ?!

Ik heb nog een goed stuk van mijn budget en heb nog zes maand.  Ik kan ergens in de zon gaan zitten op mijn gemak.  Ik kan gaan liften en een paar Franse correspondenten gaan bezoeken.

Morgen voert de heer des huizes me naar Reims en daar heb ik al een slaapplaats.  Er is een bisschop en daar kan ik dan ook nog eens slapen.  En er is een jeugdherberg, dus kan ik een derde nacht goedkoop slapen als ik het wil.  

Beewegen, het valt me enorm tegen !

17:43 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.