11-02-08

Dinsdag 29 januari 2008.

Het stappen gaat vandaag helemaal niet precies.  Ik stop er ’s middags mee, morgen staat er een groot stuk op het menu.  Allez, groot voor mijn doen.

Sommigen zullen wel opperen dat ik maar had moeten trainen, maar dat is niet mijn ding.  Plus het gaat wel, hoe sukkelachtig ook.  

Soms moet ik tegen mijn tranen vechten en ik zou ik weet niet waarom ik zou willen huilen.  Pijn ? Die heb ik niet echt.  Eenzaamheid ? Ken ik niet hier onderweg.  En het is ook geen verdriet.  Wat is het dan ? Ik denk dat het net beewegen is, bevangen worden door iets wat zich niet laat beschrijven.  

Via de pelgrimstamtam verneem ik dat er iemand met een bed op me te wachten stond in Namen.  

Ik wist het eigenlijk op voorhand, maar ben er heel bewust niet op ingegaan.  België door was zwaar en ik had nog niet echt de indruk van “vertrokken” te zijn.  Het is moeilijk om juist te verwoorden, maar in België kende ik alles bij wijze van spreken.  Ik kon makkelijk zelf thuis raken als ik wilde, ik zou thuis geweest zijn eer ik anders thuis was van het werk.  Door dus niet in te gaan op het vooraf gesignaleerde bed, moest ik wel verder en moest ik mijn plan trekken.

De Belgisch-Franse grens was ook een psychologische grens, het psychologische point of no return.  Vanaf daar is het gemakkelijker verder te gaan dan terug te keren.

De eerste dagen heb ik eenzelfde weg gevolgd en ik zag de kilometers die ik afgelegd had in Frankrijk opklimmen, letterlijk de d8051.  En dan… dan een andere weg.  De plaatsen zijn me compleet onbekend hier en ik kan niet meer zien hoe ver ik Frankrijk binnen ben.
Ik kijk op een gewone wegenkaart, reken afstanden uit met een tekendriehoek, het enige latje dat ik in een winkel onderweg vond.  Eén cm is elf km.  Hoe meet je een bochtige weg ?
Ik haal gemiddeld iets van een 3 km per uur als ik goed kan tellen.  Tellen ? Vergeet het tellen, het is stappen dat ik moet doen.

20:05 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.