06-12-07

Woensdag 5 december 2007.

’s Morgens neemt een goede ziel me met de auto mee van Dendermonde naar Buggenhout.  Ik wil eerst nog bezwaar maken, ik ben tenslotte pelgrim, maar de ander dringt aan : “Zeg, leer eens te aanvaarden dat mensen je helpen.”

In de vroege namiddag passeer ik Willebroek en het gemeentehuis is dicht tot vijf uur.  Ik ga dan maar bij de politie een stempel halen.  Heel vriendelijk onthaal en de klassieke vragen : waar ik vandaan kom, waar ik nu naartoe ga en waar ik ga slapen.  

Ik zeg “klassieke vragen”, omdat zowat iedereen die ik tegenkom, me dat vraagt : een oudere man op de fiets die elke dag gaat kijken naar de werken op de A12 aan de afrit Breendonk, de bouwvakkers die gaan schaften in hun werfwagen, een man die zijn haag gesnoeid heeft en het snoeiafval opharkt.

In Willebroek ga ik een café binnen, een paar honderd meter voor de bekende brug.  Ik groet iedereen, maar amper reactie.  Cola bestellen en even naar het toilet.  Wanneer ik terugkom, vraagt de jongeman achter de toog waar ik naartoe ga.  De gasten hebben waarschijnlijk overleg gepleegd toen ik even weg was, om te weten te komen waar zo’n vreemde snuiter naartoe gaat.  Zodra ze horen dat ik naar Compostela ga, ben ik meteen één van hun.  Een tweede cola, maar een vrouw die er zit, zegt dat zij hem betaalt.  Santé ! Een man komt het café binnen en wordt direct ingelicht van wat ik ga doen.  Als ik besluit om door te gaan, zegt de jongeman achter de toog dat die cola voor hem is, als hij een foto van me mag nemen.  De vrouw die mijn tweede cola betaald heeft, vraagt om een kaarsje te laten branden in Compostela.  Ze geeft vijf euro mee, en de man die laatst binnengekomen is, steekt me bij het buitengaan ook nog iets toe.  

De baan Willebroek-Mechelen put me uit, voortdurend langs de steenweg, invallende duisternis er gratis bovenop.  Zeker aan de op- en afritten van de E19, let ik goed op om niet platgereden te worden.  Opletten, voor zover dat nog gaat, want ik raak nog amper vooruit.  Gemiddelde snelheid iets van anderhalve kilometer per uur vrees ik.  
Het is ook geen plaats om als voetganger over te steken of door te komen, niets van voetpad, in het beste geval een pechstrook, in het slechtste geval achter de ijzeren vangrails.

Langs de ring van Mechelen passeer ik een hotel, maar ik ga er aan voorbij.  En dan een lokaal van één of andere “church of the ik-kan-geen-Engels-meer lezen”.  Blijkt dat het daar op dinsdagavond “lecture of the Holy Script” is.  Eén ogenblik zie ik mezelf al onthaald worden als het verloren kalf, waarop dan de vetste zoon geslacht wordt, maar als katholiek kan ik het moeilijk maken om in Mechelen niét langs te gaan bij de kardinaal voor slaapplaats.

Alleen… waar woont hij ? De weg gevraagd, nog een eind te gaan.  
Al strompelend haalt een militair me in, blijkt dat hij ook naar Compostela wil en hij vraagt me om bij de kardinaal een goed woordje voor zijn zaak te doen.  In ruil geeft hij me géén pak slaag, niettegenstaande ik veel te veel mee heb, nu ook nog.  Eén stuk aan, één stuk mee, zegt hij, en dingen als bovenkleren onderweg te kopen, niet mee te nemen.  Gooi een heel pak weg, of je haalt het niet, zegt hij.  
Luckardinaal

Bij de kardinaal aan de deur.

Half zeven zit ik op een kamer in het parochiaal centrum, te moe om me te gaan wassen, rillend van uitputting, en mijn voeten hebben rust én serieuze verzorging nodig.  Een half uur later krijg ik me opgehesen van de verwarming aan de muur tot in mijn slaapzak.

23:07 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.