13-02-08

Donderdag 31 januari 2008.

Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik in een café te wachten tot ik afspraak heb met de mensen die me vanavond te slapen gaan leggen.  

Het is me wel duidelijk dat beewegen naar Compostela heel anders is dan ik het me had voorgesteld en ik weet niet wat ik er van moet denken.  Doorgaan ? Over Tours gaan in plaats van in Vezelay en Le Puy en Vélay ? De Camino Frances in plaats van de del Norte ?

Via de pelgrimstamtam hoor ik dat er iemand met een Duvel op me zou gaan wachten in Hiraumont aan de kerk.  Ik zou zeggen : kom met een geuze naar Reims, maar ik weet niet hoe lang ik hier ga zijn.  
Ik hoor ook dat iemand aanraadt van slaapplaats te reserveren in België en Frankrijk.
Wel, dat is niet nodig vind ik.  In een beetje Belgische stad vind je wel een hotel en in Frankrijk zijn er veel meer kan je zoeken achter gîte d’étappe, een systeem van één nacht slapen met avondeten en ontbijt.  Het kost elke keer wel geld, maar er heeft niemand ooit gezegd dat beewegen naar Compostela goedkoop was !

En ik ? Awel, ik weet het nog niet, zo simpel is het.

Ik weet wel dat ik voorlopig geen blogbijdragen meer ga leveren.  

Alle kaarsen zal ik branden en ik zal aan iedereen denken, wees er maar zeker van.
En daarmee begint misschien een nieuwe beeweg, geen naar Compostela, maar naar mezelf.

“Wie naar buiten kijkt, droomt.  Wie naar binnen kijkt, ontwaakt.”

00:38 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

12-02-08

Woensdag 30 januari 2008.

Goed uitgeslapen en om half negen ben ik al op weg.  
Het stappen gaat heel goed en ik zet een liederenstond in.  “Last Christmas” van Wham! galmt door de bossen en langs velden weerklinkt “Won’t you be my number two” van Joe Jackson.  Het gaat heel vlot, zowel het stappen als het zingen en omdat ik per slot van rekening in Frankrijk ben, moeten de Franse klassiekers er ook aan geloven.  “Pour un flirt avec toi” en het opzwepende « Lac des Conemarins » : « les lacs, les rivières, les sol et meunières, l’argent déposé à l’O… »
Het gebrek aan Franse tekstvastheid breekt me zuur op, want de nevel die er al de hele dag hangt, begint uit te regenen.  Gedaan met het Franse chanson en het stappen gaat meteen veel minder.

In Rethel vraag ik aan een voorbijgangster achter de toeristische dienst.  Beter op het gemeentehuis vragen zegt ze, want toeristische dienst gesloten in de winter.  
Op het gemeentehuis weten ze me te zeggen dat er geen pelgrimsopvang is, en verwijzen ze me naar… de toeristische dienst.  Ik dus braaf naar daar, maar ik vind het niet.  Terug naar het gemeentehuis dan maar, tot ik een reisbureau zie.  Met een beetje geluk kunnen ze me daar het goedkoopste hotel zeggen.

Een vriendelijke vrouw vraagt hoe het in feite gaat, zon’ pelgrimsopvang.  Wel, in een goede parochie is er ergens een bed voor een pelgrim.  Ah, maar ze kent de pastoor ! Ze gaat eens bellen.  Pastoor weg.  Gebeld naar de andere pastoor (er zijn twee kerken in Rethel), maar die verwijst haar door.  Mmm, of ik binnen een half uurtje kan terugkomen, dan zal ze wel iets gevonden hebben.

Zo gezegd, zo gedaan.
“Je slaapt vannacht bij mij thuis,” zegt ze, “ze verwijzen me eindeloos door, in het klooster en al.”

Of ik mijn spullen daar mag laten staan ? Tuurlijk ! Tegen half zeven terug daar, dan neemt ze me mee naar haar thuis.  En nee, het stoort niet en haar man gaat het wel goed vinden !

Zo gezegd en weer zo gedaan.  
Ze neemt me mee naar haar thuis, geeft me de gastenkamer en na een douche ontmoet ik haar man in de keuken.  Nee, het stoort hem niet ! En nee, ze willen niets van geld !
Ik presenteer dan maar de muntpralines die ik gaan halen was – een pelgrim moet zijn wereld kennen.

Die nemen ze graag aan en tijdens het eten komt ter sprake hoe ik het tot nu toe gedaan heb om te slapen.  Hotels en gîtes allerhande.  De pastoors zijn niet thuis of geven niet thuis en de kloosters hebben geen plaats.  Nu niet, maar later wel, dat is voorzien voor later, pelgrimsopvang !
De vrouw trekt bleek weg als ik dat zeg.  
“Dat hebben ze tegen mij in het klooster ook gezegd toen ik  belde !”
Ik ben er niet goed van, maar laat niets merken.

Na het eten bespreken we de weg naar Reims en regelen ze slaapplaats voor me bij familie.  

’s Avonds in bed prijs ik mezelf gelukkig met zo’n brave mensen.  Het is de eerste keer dat ze een pelgrim herbergen en ze zijn er niet echt gerust in merk ik.  Zowat elk uur gaat hun slaapkamerdeur stilletjes open en dan het licht op de overloop aan.  
Ze mogen gerust zijn hoor, ik ben blij dat ze me willen helpen !
Tegelijk ben ik in-triest dat hier ook weer het instituut kerk het laat afweten.  
Later gaan ze dat doen, pelgrimsopvang.  Wanneer er geen mens meer naar hen toekomt zeker; als ze klaar zijn met bidden en werken.  Als de Dag des Oordeels daar is zeker.  
“Ja, wij hebben altijd goed geleefd ! Heelder pilaren kapotgefret en vooral niet gekeken naar wat we konden doen voor een medemens !”
Ik raak maar niet goed in slaap, het gebeurde blijft me bezighouden.  Weer eens geen plaats in de ‘erberg ! Een geluk dat er plaats was in het hart van deze mensen.  
Ik heb het er erg moeilijk mee en ik vraag me af of ik niet zou stoppen.  Wat kan me dat vodje papier van in Compostela schelen !?! Ik ben er al achter dat het instituut kerk niets meer voor me betekent en dat een kerkelijk document een even verduldig papier is als een werelds !
Wat zit ik hier te sukkelen met pijnlijke voeten en een rugzak ?! Wat zit ik hier te zwaaien met een pelgrimsstaf en gegeneerd te zijn om een lift aan te nemen ?!

Ik heb nog een goed stuk van mijn budget en heb nog zes maand.  Ik kan ergens in de zon gaan zitten op mijn gemak.  Ik kan gaan liften en een paar Franse correspondenten gaan bezoeken.

Morgen voert de heer des huizes me naar Reims en daar heb ik al een slaapplaats.  Er is een bisschop en daar kan ik dan ook nog eens slapen.  En er is een jeugdherberg, dus kan ik een derde nacht goedkoop slapen als ik het wil.  

Beewegen, het valt me enorm tegen !

17:43 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-08

Dinsdag 29 januari 2008.

Het stappen gaat vandaag helemaal niet precies.  Ik stop er ’s middags mee, morgen staat er een groot stuk op het menu.  Allez, groot voor mijn doen.

Sommigen zullen wel opperen dat ik maar had moeten trainen, maar dat is niet mijn ding.  Plus het gaat wel, hoe sukkelachtig ook.  

Soms moet ik tegen mijn tranen vechten en ik zou ik weet niet waarom ik zou willen huilen.  Pijn ? Die heb ik niet echt.  Eenzaamheid ? Ken ik niet hier onderweg.  En het is ook geen verdriet.  Wat is het dan ? Ik denk dat het net beewegen is, bevangen worden door iets wat zich niet laat beschrijven.  

Via de pelgrimstamtam verneem ik dat er iemand met een bed op me te wachten stond in Namen.  

Ik wist het eigenlijk op voorhand, maar ben er heel bewust niet op ingegaan.  België door was zwaar en ik had nog niet echt de indruk van “vertrokken” te zijn.  Het is moeilijk om juist te verwoorden, maar in België kende ik alles bij wijze van spreken.  Ik kon makkelijk zelf thuis raken als ik wilde, ik zou thuis geweest zijn eer ik anders thuis was van het werk.  Door dus niet in te gaan op het vooraf gesignaleerde bed, moest ik wel verder en moest ik mijn plan trekken.

De Belgisch-Franse grens was ook een psychologische grens, het psychologische point of no return.  Vanaf daar is het gemakkelijker verder te gaan dan terug te keren.

De eerste dagen heb ik eenzelfde weg gevolgd en ik zag de kilometers die ik afgelegd had in Frankrijk opklimmen, letterlijk de d8051.  En dan… dan een andere weg.  De plaatsen zijn me compleet onbekend hier en ik kan niet meer zien hoe ver ik Frankrijk binnen ben.
Ik kijk op een gewone wegenkaart, reken afstanden uit met een tekendriehoek, het enige latje dat ik in een winkel onderweg vond.  Eén cm is elf km.  Hoe meet je een bochtige weg ?
Ik haal gemiddeld iets van een 3 km per uur als ik goed kan tellen.  Tellen ? Vergeet het tellen, het is stappen dat ik moet doen.

20:05 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-02-08

Maandag 28 januari 2008.

Het eerste wat ik vandaag gedaan heb, is een beetje de toerist uithangen.  Rocroi is een stervormige vestingstad waarvan de vestingen heel goed bewaard zijn.  Ik verwacht half van tegengehouden te worden door een Franse soldenier die wil weten wat ik hier doe.  
Onderweg naar Compostela ? Alle papieren met zegel laten zien ! Direct !

Het stappen gaat goed, maar ik krijg nog ergens een nieuwe blaar.  

Het stoort me dat ik vandaag een twee kilometer van de grote baan af moet achter slaapplaats.  En het blijkt hier dan wel mooi maar vooral heel koud te zijn.  Het electrische chauffage-element aan de muur staat op maximum, maar ik blijf het koud hebben.  Snel een hete douche dan, maar dat gaat niet.  Het is een getimede en gecontroleerde straal water waar ik het mee moet doen.  Vier, vijf, zes keer duwen en een zevende keer, maar zo is er ook geen plezier aan.  Bevriezend afgedroogd (ja, een rare werkwoordenconstructie, maar doe het maar eens, je afdrogen rillend van de kou en droog nog staan rillen).  

Overleg met de vrouw des huizes over de route van morgen en het belooft niet veel goed.  Het probleem is het gebrek aan logies hier in de streek, zegt de vrouw, maar daar ben ik niet veel mee.  

Om nog zoiets te zeggen : in Rocroi was er een hotel-restaurant waar op de deur te lezen stond dat het hotel definitief dicht was, met daaronder de openingsuren van het restaurant.  

Het is mijn dag niet vandaag en ik ga vroeg naar bed.

14:19 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-02-08

Zondag 27 januari 2008.

Stapperdestap, weer op weg, en ik loop opnieuw langs de Maas.
In Dinant was het 5 euro per nacht extra voor een kamer met zicht op de Maas. En ik heb dat hier al gratis elke dag van in Namen!
Moest ik het kunnen verkopen, zou ik een nacht op hotel verdiend hebben. Allez, een goedkoop hotel, want ik ben de Maas allang beu.
Voer voor de stappers: Er loopt inderdaad een wandelweg helemaal langs de Maas, maar op de andere oever. Zelf uit te zoeken voor de rest, want mij lokt de gewone baan.
Eens buiten Fumay buigt de Maas naar links, en ik ga naar rechts. Salu Maas, tot veel later hoop ik.
Voor de volledigheid, de gewone baan loopt vaak langs de Maas, maar niet altijd. En hoe het zit met langs de Maas gaan in Chooz weet ik niet.
Nu moet ik echt de Maasvallei uit en het is een kilometerslange klim langs een slingerende baan doorheen de bossen.
Na een paar kilometer ben ik het geslinger tussen de bomen (dan loofwoud, dan dennen, dan even loofwoud) nog meer beu dan altijd de Maas.
Een mens is nooit tevreden precies. Het begint donker te worden en ik ben nog niet waar ik moet zijn. Het is even slikken , maar in de schemering zie ik een bordje, net voor het centrum: chambre d’hôte. Voila, gered.
Ik blijk de eerste pelgrim van het seizoen te zijn en ben gesteld met eten en drinken en al voor 8 dagen Maaszicht.
De vrouw des huizes regelt slaapplaats voor me voor morgen, en raadt me aan van dat nog zo te doen, want er zijn hier maar weinig logies. Ok, ik zal eraan denken.

Heel de dag ben ik eigenlijk niemand tegen gekomen en het stoort me niet. Langzaam aan merk ik dat ik begin te denken , of liever gezegd dat de gedachten in me opkomen. Vraag me niet of ik aan deze of gene heb gedacht, want dat weet ik niet. Als ik mijn gedachten wil vatten, zijn ze weg.
En ter afsluiting wat meer aards nieuws: mijn voeten. Ze raken het gewend, een hele dag stappen, en de blaren vereelten langzaam. Als ik thuis ben ga ik wel naar de smid moeten, een pedicure gaat niet genoeg kunnen doen.

21:41 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-02-08

Zaterdag 26 januari 2008.

Iets na elf verlaat ik het pad langsheen de Maas en trek Frankrijk binnen. Er staat niet eens een bord., enkel langs de Belgische kant.
Een geluk dat ik wat aardrijkskunde ken of ik zou al kunnen denken dat ik al in Spanje was.
De eerste stad die ik passeer is Givet. Het is een oude vestingsstad met citadel, net zoals Dinant en Namen.
Achter Givet verlaat ik de Maasvallei en het is wat zoeken achter de bergvitesse. De kerncentrale van Chooz  ligt op de andere oever en naar verluidt, zou er een wandelpad zijn van het park in Givet tot Charleville-Meuzières. “Voies vertes” zou het heten. Ik neem me voor om het te laten weten aan stapper Jos: Ravel 2 van Hoegaarden tot de grens en dan langs de oever van de Maas met een “voie verte”.
Ik heb voorlopig meer dan genoeg wandelpaden gezien.
Iets na 3 ben ik in Vireux-Molhain en ik wil op zoek gaan naar de kerk of het café in de buurt ervan, als ik het toeristisch infopunt zie.
Opvang van pelgrims? Misschien in de abdij van Givet
Euh, daar kom ik net vandaan, Givet, en ik ga echt niet meer helemaal terug.
Ze hebben er enkel info over hotels en kamers, maar ik kan altijd de pastor eens proberen. Als hij thuis is.  Het priestertekort in Frankrijk is nog groter dan in België.
Wel, geef me dan maar de goedkoopste kamer, ik heb geen zin in weer zo’n deken als in Eghezée toestand, en voor 25 Euro (30 met ontbijt) kan ik terecht in een ding dat de dame van het toeristisch infopunt uitbaat. Het blijkt een mooi gerestaureerd oud huis te zijn en het eerste wat ik doe als ik op de kamer kom, is me neerleggen en slapen. Een uurtje later word ik wakker, trek mijn jas uit en ga onder de dekens liggen. Nog een uurtje later ben ik weer fit genoeg om te gaan eten, drinken en me te wassen.

01:38 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-08

Vrijdag 25 januari 2008.

Vrijdag 25 januari 2008.
Via de pelgrimstamtam kreeg ik gisteravond goed nieuws. Iemand voor wie ik een kaars had laten branden, had weer nieuwe moed gevonden.
Vanmorgen eerste werk: een kaarsje branden om dank u te zeggen.
Een mens gaat maar al te vaak kaarsen branden of bidden als hij iets nodig heeft. Een beetje alsof hij het dan alleen niet meer kan en dan pas tot God komt. Gaat alles goed, waarom zou de mens dan naar God omzien?! Dan is het ongetwijfeld de mens die het zelf voor elkaar gekregen heeft!?
In de kerk staat een tekst bij de bak van het geld voor de kaarsen:
“ Ik kan niet bidden”
“ Ik weet niet wat zeggen”
“ Ik heb niet veel tijd”
“ En dan?”
“ Het licht dat ik offer”
“ Is een beetje van mijn geld, “
“ Is een beetje van mijn tijd, “
“ Is een beetje van mijzelf “
“ Dat ik laat staan voor de Heer “
“ Voor de Heilige Maagd, “
“ Voor een heilige. “
“ Dit licht dat brandt,”
“ Symboliseert  mijn gebed. “
“ Dat ik verder doe, “
“ Terwijl ik verder ga.”

Geïnspireerd door die woorden zet ik mijn beeweg verder. Onderweg kom ik de man tegen, die ik dinsdag al tegengekomen was, de Waal die in 2007 ook naar Compostela gegaan is. Middageten bij hem!

Na een deugddoende maaltijd en even geluisterd te hebben naar zijn boeiende verhalen., ben ik verder. Het is vier uur dan en binnen een uur is het donker. Gelukkig is het niet zo ver meer dat ik moet, en als ik dan de pelgrimsopvang zou kunnen vinden …
Een kerk ,,,, een gemeentehuis … café … Kerk dicht, dus richting café, als ik daar een man de kerk zie open doen. Café zal voor een andere keer zijn!
Pelgrimsopvang? Ja,hij is de verantwoordelijke, maar hij moet nu gaan werken tot 10 uur. Tegen 7 uur eens gaan zien, want nu is er niemand , zegt hij.  Dat wordt dan 2 uur café en voorzichtigheidshalve besluit ik toch eerst maar even te gaan zien. Strks moet ik dt immers ook nog gaan vinden, na dt cafébezoek.
Hup, brug over en dan even zien. Achter de kerk was het. Is dat hier de straat in? Of ben ik al te ver en moet ik over het kerkhof?
Een vriendelijke dame, die de straat uitkomt, vraagt of ze me kan helpen. Ja graag. Hier de straat in en dan op het einde? OK, Bedankt mevrouw.
Ik kan dan moeilijk anders dan daar in gaan, ook al is er honderd meter verder aan de andere kant van de straat een café. Als pelgrim ben je immers dankbaar voor alle hulp.
Straat in, allez denken waar het is, even opzij ook zien en net als ik weer aan de voorkant ben, rijdt een auto de steentjes voor het huis op.
Ja, hij komt voor mij. Ja, speciaal voor mij. Ah … wel, die vrouw dat me gevraagd had of ze me kon helpen, was een vriendin van hem en hij hielp hier ook met de opvang. Hij laat me binnen.
En terwijl menig bloglezer vanavond wel op café zit, ben ik blij dat  ik er niet geraakt ben!

19:05 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-02-08

Donderdag 24 januari 2008.

Pijnlijke en gezwollen voeten èn een blaar aan de onderkant van mijn linkervoet. Grmbl.
Moeilijke keuze: wat nu gedaan? Stappen of rusten? Even nadenken … Rusten. Er is toch ook werk aan de winkel. De GR-paden volgen is uit den boze en ik ga mijn route plannen langs gewone wegen.. En ook mijn voeten verzorgen natuurlijk.

18:39 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

31-01-08

Woensdag 23 januari 2008.

Gisteren heb ik de bloglezer laten staan in de ontvangstruimte van het klooster in Leffe. Ik ben doorgegaan ( met een hartelijke picnic en Nieuw Testament) naar Dinant en ben er op hotel gegaan. Van moeten want ik moet toch ergens slapen en bij gebrek aan brave ziel die me te slapen legt …
LucdoucheDinant

Hi-techdouche in Dinant.  Er is ook nog een klassieke douchekop aan, dus moet ik zien uit te vinden waar die spuitkoppen voor dienen.  Of waar ze op gericht zijn.  En goed opletten om de kraan langs de juiste kant open te draaien, minstens er niet meteen voor of onder te gaan staan.

foto 2618 : Dinant. 
 

22:14 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

28-01-08

Dinsdag 22 januari 2008.

LucNamen

Ik laat een zonovergoten Namen achter me.

De GR volgen gaat niet doorgaan. Het is een slinger- en sinkelweg, die ik dan moet volgen en daar zie ik het nut niet van in. Vooral niet omdat het geen klein beetje overdreven is. Namen – Dinant is 28 km volgens de wegwijzer hier ter plaatse, en 51 km langs de GR. Net niet het dubbele en dat is me wat te veel van het goede.
LucpaardDinant

Onderweg naar Dinant krijg ik een geniaal plan : ik pak het paard en laat het de caravan voorttrekken.  Dan moet ik zelf niet meer stappen en moet ik nooit meer zoeken naar slaapplaats !

Ik volg de Maas stroomopwaarts en beland in Leffe. Ja, het Leffe van het bier. Er is daar een abdij en daar zouden pelgrims kunnen slapen.
Dat hebben twee fietsers me verteld, Los van elkaar. Twee gewezen pelgrims, de één in 1994, de ander in 2007.
In de abdij is er geen plaats meer voor me. Of ik een picnic wil? Die kan ik wel krijgen. Doe maar, graag.
LucLeffe

's Avonds in Leffe.  Niet bellen graag tussen kwart na zes en zeven wegens officie.  Dan maar een foto nemen.

Het wordt me allemaal even te veel. Ik haal gemiddeld 3 km per uur.en dan nog eens sukkelen met slaapplaats. Maar toch weet ik niet goed wat ik ervan moet denken.
LuconderwegLeffe

Is het nog ver ?! Ik bedoel : Is het hier niet schoon ?

Een jonge seminarist komt kijken en we raken aan de praat. Veel goede ontmoetingen onderweg poneert hij. Ook slechte zeg ik en ik vertel hem van de deken. En meteen ook dat hij bijna een pak slaag van me gekregen had, maar dat ik ingezien heb dat het toch niets zou uithalen.
Of ik een Bijbel of Nieuw Testament mee heb, vraagt hij. Nee. Wel, dan krijg ik één van hem. Hij moet even denken over waar hij er één haalt. Boven? Nee, en daar? Ook niet .
Wel, dan geeft hij zijn Nieuwe Testament. Een deel van de prentjes die erin zitten , wil hij wel houden. Een reliek van Moeder Thérèsa mag ik hebben.
Mijn favoriete passage is Lucas 24.13-32, het verhaal van de Emmaüsgangers.

21:08 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-01-08

Maandag 21 januari 2008.

Maandag 21 januari 2008.
Rustdag in Namen na de lange stapdag van gisteren. Acht uur ononderbroken slaap en een warme douche en ik voel me als herboren.
Even in Namen rondgaan en ik zie een pak plaatsen waar ik een stempel kan halen: musea, provinciehuis, politiekantoor, toeristische dienst, maar ik ga – het is toch in Namen voor iets – naar het bisschoppelijk paleis aan de regel. Een kannunik geeft me een stempel en wenst me veel geluk. De man heeft het zichtbaar erg druk en ik denk aan de deken van gisteren.

Op de keper beschouwd ben ik waar ik wou zijn, zonder veel pijn of miserie, weliswaar een hoop geld lichter, maar dat is het. En of ik nu kwaad of triest ben, de deken heeft er geen last van. van die toek op zijn bakkes misschien wel, maar voor hetzelfde geld geeft zo’n geestelijke meer slaag dan hij krijgt. Daar zou ik dan weer meer last van hebben …
Allez, uit puur opportunistische overwegingen, bij wijze van spreken,  ik ga niemand bij macht en ontij aanpakken. Maar dat het instituut kerk ook eens nadenkt.
Lucrust

Pelgrim in volle uitrustactie. 

17:40 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-08

Zondag 20 januari 2008.

Amai mijn voeten! Letterlijk en figuurlijk. Vandaag een ferm stuk gestapt en het was niet van echt willen. Het stuk Hoegaarden – Eghezée ging goed, alleen kwam ik heel weinig mensen tegen. Ik heb de Ravel 2 gevolgd, een fiets- en wandelpad, maar veel volk zag ik er niet.
Eghezée, zoeken naar slaapplaats. Naar de pastoor. Onvindbaar. Naar de pastorie. Pastoor? Naar Canada. Slapen? Bij de deken in Leuze, een 4 km.
Naar Leuze en wat zoeken achter de deken. Weg, maar komt voor de mis van half 7. Ah, dus anderhalf uur gewacht.
De deken heeft géén slaapplaats en die van de pastorie daar doet dat elke keer weer! En waarom niet? De vlotte man weet even niet wat zeggen en dan heeft hij maar één bed. De pastorij is er niet op ingericht. Zelfs om zijn ouders bij hem te krijgen, gaat hij moeten laten verbouwen. En ja, in de verre toekomst ook eens voor pelgrims. Maar nu niet! Nu moet ik maar naar Namen, naar het seminarie. Ik moet maar autostop doen. Ah, of ik doe alles te voet?  Dan moet ik zeker weg, dat ik er ben voordat ze sluiten!
Ik ben er triestig van. Dat is dan deken!  Twee smeerlapkens bij elkaar zijn het, die van de pastorie die altijd mensen naar daar stuurt en de deken ook .
Ik heb altijd veel respect gehad voor geestelijken, maar als ik er nu één tegen kom in de  donker, dan krijgt hij een toek op zijn bakkes. De mens kan er wel niks aan doen, maar hij moet het maar doorgeven aan zijn instituut.
Ja, nu ben ik boos, maar toch vooral heel triest.
Leuze uit, Cognelée, Verdrin, Bouge … Een eindeloze steenweg. Geen café, zelfs geen kapelleke van Maria de Plezante.

Een snackbar, veel volk, en ik ga wat eten. Een man komt me zeggen dat hij me gezien heeft op de Ravel, hij fietste me voorbij toen ik onder een brug zat. Hij was in het geel en of ik wat van hem drink? Fanta. Maar ja ik herinner me hem! Hij reed goed door! Het is gelogen, ik herinner me hem dus niet, maar ik wil hem ook het plezier doen van herkend te worden. En ik weet wat toeristen graag horen willen. We praten wat over ik naar Compostela en als hij weggaat met vrouw en zoon, zet hij nog een blikje Fanta voor mijn neus. Bedankt!
Verder naar Namen en om 5 over 10 ‘s avonds zie ik een bord met de gestileerde Sint-Jacobsschelp en verwijzing naar Europees cultureel ding. Ik wil een foto nemen, maar de flits gaat niet. Het is net te klaar om af te gaan en de foto is te donker.

Ik ben te moe om blij te zijn, en ook te triest met die deken.
Verder naar Namen en waar is hir een goedkoop hotel? Het, Ibis zegt iemand, maar het is niet echt goedkoop. Ach Ibis is goed.
Om iets na elf zit ik op mijn kamer, meteen voor twee nachten. Kwestie van te zien dat ik morgen kan recupereren.

13:02 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

23-01-08

Zaterdag 19 januari 2008.

Om negen uur vertrokken uit Leuven en iets na zevenen Hoegaarden binnen. Heel de dag slecht weer, zwaar bewolkt, motregen en heel veel wind. Ik heb geluk want altijd wind van achter of van rechts. Ik merk dat er hier nog pilgrims geweest zijn, want de mensen steken ook vaak hun duim op als ze gegroet hebben. Je moet weten dat ik ieder groet die ik tegen kom, inclusief aankomende wagens.
In Hoegaarden komen regelmatig pelgrims hoor ik, en zo vind ik mijn slaapplaats, in het jeugdhuis. Anderen slapen ergens via de mensen van de parochie leer ik hier nog. In het jeugdhuis, Paenhuys heet het, heb ik een oude zetel, een douche en een chauffage. Meer moet dat niet zijn, en ik lig te slapen voor negen uur.

16:58 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-01-08

Vrijdag 18 januari 2008.

Vroeger dan ik tegen een aantal mensen gezegd heb, ben ik verder gegaan.
De dag maakt zoveel niet uit dat ik verder ben wel.

Het doet deugd om verder te zijn, om even op de baan te zijn, ook is het dan zo vlakbij huis.

In Leuven heb ik een lang en diepgaand gesprek met een geode vriend en gewezen pelgrim.
Helaas liep ik daardoor de man mis die me te slapen ging leggen en ga ik op hotel.
Het moet een raar zicht zijn, een man met fluo broek en fluo hesje, rugzak en pelgrims staf en – hoed zien inchecken in een hotel, maar het is te laat om capriolen uit te halen om een slaapplaats te vinden.

10:30 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-01-08

Dinsdag 15 januari 2008.

Stormweer en dus ideaal weer om te oefenen.  

Niet zo ver van huis stap ik een café binnen.  Het is een beetje een volkscafé, en er is maar een paar man : twee aan de toog en aan een tafeltje vier kaarters.  Ik groet iedereen en zet me aan de toog.  Verveeld vraagt de bazin wat ik wil.
De twee mannen naast me zijn in een discussie verwikkeld en op een zeker moment spreekt de één me aan : “Zeg meneer, ge ziet gij er ne wandelaar uit, ge gaat gij dat weten.”
”Ah ?”
”Ja”, zegt de ander, “blaren, moet ge die opensteken of juist toe laten ?
”Ow,” zeg ik, en ik wil eigenlijk tijd winnen, want ik weet het zelf ook niet goed.
”Allez,” zegt de man die me aangesproken heeft, “Ge moet die opensteken, dat weet toch het kleinste kind !”
Hij vertelt het verhaal van een kameraad van hem die dat niet gedaan had en die daardoor een bloedvergiftiging had opgelopen en daardoor op den duur zijn teen verloren had.  
De man geeft de bazin een teken om ons alledrie nog iets te geven.  
”Zever !”, zegt zijn toogmaat, “Dat is allemaal nog niets vergeleken met wat den anderen daar voorgehad heeft.”  
Er volgt een nog straffer verhaal over een andere man, die een blaar aan zijn voet wél opengestoken had en op den duur zijn voet verloren was.
Nu geeft zijn maat de bazin een teken om ons alledrie nog iets te geven.  
”Allez gij,” zeg ik, en ik heb het idee dat er van mij een goede uitleg en vooral uitsluitsel verwacht wordt.  
Ik neem een ferme slok van mijn pint en steek van wal : “Zeg, maar dat is nog niets ! Kennen jullie die van daar in de verkaveling ?”
Ze kijken me allebei vragend aan.
”Zijn vader is daar die van dinge…”
Eén van de mannen schijnt te begrijpen wie ik bedoel.  
Als hij het weet, is het goed, want ik weet het zelf niet, maar wat zegt een mens aan de toog allemaal natuurlijk…
Zijn maat weet niet het ook niet, maar hij heeft wel een idee : “En zijn moeder, is die dat daar van … euh, dinges daar ?”
”Ja !”, zeggen we met twee tegelijk, “dat is hem.”
Nu is het mijn beurt en ik doe de bazin teken om ons alledrie ook nog iets te geven.
”Awel hé,” ga ik voort, “die heeft ook eens blaren gehad en uiteindelijk hebben ze die zijn been moeten afzetten !”
Ongeloof alom.  “Die van dinges daar ?!” vraagt de één.  
”Ja,” beaamt de ander, “Die heeft ook nog gesukkeld met zijn schouder.  Allez, dat denk ik toch.”
”Die ging toch daarvoor naar Leuven ?”
”Nee gij, naar Pellenberg ! Die moest daar mee naar Pellenberg.”
Het is me duidelijk dat de mannen van mij geen uitsluitsel meer verwachten over blaren doorprikken of niet en ik vraag de bazin hoeveel ik moet.
Ze kijkt me licht geamuseerd aan : “Zeg eerst eens wat je nu best doet met blaren.”
”Oh, ik weet alleen wat ik doe.  Ik laat ze dicht zolang ik moet stappen en daarna doorprik ik ze met een naald met een draad aan.  Ik laat dan de draad zitten zodat tegen ’s morgens het goed uitgedroogd is en als ik dan moet stappen, overplak ik de plek met een heel dunne tape, flexifix, die een tweede huid vormt.  En hoeveel moet ik u ?”
”Niets, ik ben blij dat ik eens iemand geen toogpraat hoor verkopen.”

13:20 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

15-01-08

Zondag 13 januari 2008.

Vanavond ben ik weer aan het inlopen om binnenkort verder te gaan.  Er staat tien kilometer op het menu en het was er niet van gekomen om overdag te vertrekken.  Geen probleem, ik trek dus mijn fluogerief aan en stap langs een goed verlichte baan.  
Op ongeveer zes kilometer passeer ik een taverne-restaurant.  Een man zit door het raam naar buiten te kijken en merkt me op.  Ik glimlacht en hef mijn hand op ter begroeting.  De man glimlacht op zijn beurt en hief ook zijn hand op.  Vervolgens kijkt het hele etablissement naar de man, waarop hij naar buiten wijst.  En dan zie ik het hele etablissement op hun beurt naar buiten kijken…  Ik glimlach, wuif en moet me inhouden om niet binnen te gaan.  Nu eerst de kilometers, de avonturen komen later wel.

13:29 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

10-01-08

Woensdag 9 januari 2008.

Nu mijn hielen in orde zijn, krijg ik regelmatig de vraag wanneer ik opnieuw verder ga.  Wel, ik heb een datum in mijn hoofd, maar ik ga hem nog niet luidop zeggen.  Het is binnen afzienbare tijd, meer zeg ik niet.

18:11 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Dinsdag 8 januari 2008.

Zoals jullie allemaal kunnen lezen, is er een herontdekking bezig van oude pelgrimswegen.  Wie tijd en zin heeft, graag eens buiten is en wil deelnemen aan iets speciaals, ga gerust eens je licht opsteken !

00:56 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

06-01-08

Zondag 6 januari 2008.

Op deze Driekoningen ben ik naar de Byzantijnse mis in het klooster van Chevetogne geweest.  Het is een wat bevreemdende ervaring, een mis in andere talen (het kerkslavisch en het Grieks, met af en toe ook wat Frans en zelfs Duits bij het evangelie en de preek) volgens een onbekend stramien.  

Het is een leuke ervaring en het laat zich een beetje als volgt omschrijven : priesters komen binnen, gaan naar het altaar met zijbeuken die allemaal afgesloten zijn van het volk met houten panelen (de zijbeuken) en gordijnen (het altaar).  Er wordt gezongen, gebeden, bewierrookt, een aantal van de pastoors komen buiten, steken kaarsen aan, gaan terug binnen, komen weer buiten, bewieroken de gelovigen en de pastoors weer binnen.  Meestal zijn de gordijnen open, maar af en toe gaan ze dicht, en er lopen soms ook pastoors binnen en buiten de ruimte waarin ze zich bevinden.  Een kruis slaan doe je blijkbaar drie keer en tussen elke keer buig je ver voorover en tijdens de viering worden er nogal wat kruistekens gemaakt en wordt er ook meermaals rechtgestaan.  

Het duurde zo’n drie uur en veel mensen komen binnen als de viering al begonnen is en aarzelen niet om eens rond te lopen om een kaars te laten branden of even de benen te strekken.  Zelfs kloosterlingen doen dat.  

Ik heb er gemengde gevoelens bij.  Eerst en vooral ontzag voor wat er daar allemaal aan het altaar gebeurt; het ontoegankelijke (met de taal en het uit het zicht) maakt dat het allemaal wat mystiek wordt.  Ook een gevoel van overbodigheid en nietigheid, alsof alles daar gewoon gebeurt zoals het altijd gebeurd is en altijd zal gebeuren.  Een gevoel van nietigheid, maar ook van… verlatenheid.  Hoe kan ik immers deel uitmaken van wat er zich daar allemaal afspeelt als ik er niets van snap ?!

21:01 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-01-08

Donderdag 3 januari 2008.

Het zijn drukke nieuwjaarsdagen geweest, en ik ben blij dat ik opnieuw kan beginnen inlopen.  Niet om de extra feestkilo’s er af te krijgen, maar omdat de weg harder lonkt dan ooit hiervoor.  Wat extra lichaamsvet kan geen kwaad, het houdt immers warm.  

Mijn hielen zijn dus in orde en ik ga binnenkort verder, maar veel lichter.  Ik had me zwaar geladen en beladen door naar goede raad te luisteren.  Ondertussen ben ik een pak wijzer geworden : beewegen mag zwaar zijn door je hart en je gemoed, maar zeker niet door je rugzak.

18:43 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-01-08

Dinsdag 1 januari 2008.

Mijn beste wensen aan iedereen.  Dat jullie geluk mogen vinden in wat jullie doen en in wie of wat jullie ontmoeten, hier of onderweg. 

08:14 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

03-01-08

Maandag 31 december 2007.

Oudejaarsavond en om middernacht, een hoop geroep.  Veel keer drie kussen, een pak stevige handdrukken en een hoop standaard wensen.  Gsm’s klingelen, rinkelen en al die andere dingen dat ringtones allemaal doen…  Een hoop sms’en en mensen die mekaar van alles op afstand willen wensen.  

Niet lang na middernacht gaat het hele gezelschap slapen en in de verte schiet iemand zijn laatste vuurpijlen af.  Voor mij is ook een bed voorzien, maar ik ga naar huis.  Het voluptueuze ontbijt morgenvroeg, hoe aanlokkelijk ook, kan me niet overtuigen.  Er zijn te veel plaatsen waar ik nieuwjaar moet gaan wensen en met vannacht naar huis te gaan, win ik een paar uur.  

Eens in mijn bed kan ik de slaap moeilijk vatten.  Verder met beewegen, het gaat zwaar worden, ik weet het, zeker met mijn hielen, maar het is wat ik moét doen.

19:47 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-12-07

Woensdag 26 december 2007.

Even een luchtig tussendoortje :

Uitgebracht december 1984, zelf meegemaakt in 1996 en sedert 2005 een verplicht nummertje meezingen op kantoor : http://www.youtube.com/watch?v=hUJeUAmfr6w !

13:59 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

28-12-07

Kerstmis 2007.

Kerstmis heeft voor mij altijd meer belofte ingehouden voor de toekomst dan nieuwjaar, en dit jaar is daarop geen uitzondering.  De donkerste periode van het jaar ligt achter ons, en er is ons opnieuw het Kindeke geboren.  

Na een stemmige nachtmis kruip ik mijn bed in en ’s middags ga ik naar het familiefeest.  Heel gezellig, en meer moet dat niet zijn.  

Langs de ene kant zou ik wel verder willen kunnen gaan zijn, dus zonder hier thuis mijn hielen te moeten laten oplappen, maar langs de andere kant : het is wel fijn om met een dag als vandaag thuis te zijn.  

Zeg, en eer ik het vergeet : allemaal een zalig Kerstmis !

23:25 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-12-07

Maandag 24 december 2007.

Het is voorkerstdag en ik vraag me af of het met de kerstdagen een goed moment is om als pelgrim ergens aan te gaan kloppen.  Eigenlijk zou dat altijd het geval moeten zijn, maar zo eenvoudig is het niet altijd. 

Destijds was er geen plaats in de herberg omdat er volk slaapplaats nodig had voor een volkstelling. 

En nu heeft er volk plaats nodig omdat ze geen bob hebben en een glaasje te veel gedronken hebben.  Of omdat het slecht weer is en het morgen misschien beter weer gaat zijn.  En dan kan er nog eentje gedronken worden.  Of omdat moe zo ver nog met de auto rijden levensgevaarlijk is. 

Zou er nu plaats zijn voor een brave man met zijn zwangere vrouw op een ezel ? Maar vooral : is er plaats voor Christus Jezus in ons hart ?

19:47 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-12-07

Zondag 23 december 2007.

Vandaag een keer niet gluren bij de buren, maar een dvd bekeken die een Franse correspondente me bezorgd heeft : “Saint Jacques… La Mecque”.

Het verhaal is simpel : twee broers en een zus krijgen de erfenis van hun moeder pas als ze tesamen van le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela gaan. De drie komen schieten totaal niet met mekaar op, maar besluiten – omwille van het geld – toch maar te gaan. Ze sluiten aan bij een groepje van vijf mensen onder leiding van een gids. Bij die vijf anderen zijn twee moslims, waarvan er één een beetje simpel is en denk dat ze naar Mekka gaan. Zijn neef heeft hem dat wijsgemaakt om een schoolvriendinnetje zijn liefde te kunnen verklaren. Elk van de personages heeft zijn eigen reden om de tocht te doen (geen van hen is echt bedevaarder) en zal ook (misschien zelfs vooral) een innerlijke tocht maken. Het hele verhaal is gekruid met kleine anekdotes die te vinden zijn op de blogs en de reisverhalen van pelgrims en de innerlijke reis zal veel belangrijker blijken dan het bereiken van Compostela. De verfilming is mooi en kleurig, zeker de droomscènes, het Frans soms moeilijk verstaanbaar (wat evenwel nooit stoort) en om niets te missen : “kiffer” is “graag zien, houden van”, en “meuf” is “meisje, vrouw”.De film is zeker een aanrader.

21:24 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-12-07

Donderdag 20 december 2007.

Een gezonde mens wil honderd dingen, een zieke mens maar één, las ik ergens.  

Een mooie gedachte, maar ze gaat voorbij aan het feit dat een zieke mens, als hij zijn ene ding heeft, opnieuw honderd dingen wil.  Of is het maar een gedachte die opgaat zolang we honderd dingen willen ?

De feestdagen staan voor de deur en ik heb de moeilijke beslissing genomen om te wachten tot na Nieuwjaar om te vertrekken.  Mijn hielen genezen weliswaar goed, maar ze zijn nog niet helemaal in orde.  En eerlijk gezegd ga ik ook opnieuw een paar dagen nodig hebben om ingestapt te raken.

20:54 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Woensdag 19 december 2007.

Het is niet simpel om hier altijd thuis te zitten, te moéten zitten, en de wereld aan het raam zien voorbij gaan.  En tegelijk prijs ik me gelukkig, want ik weet dat ik binnen een paar dagen weer buiten kan.  

Er zijn zoveel mensen die net als ik thuis zitten, of binnen, in een ziekenhuis of in een , bejaardentehuis bijvoorbeeld, maar die binnen een paar dagen niet opnieuw buiten kunnen.  Waar zijn die mensen de hele dag mee bezig ?

10:53 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-12-07

Maandag 17 december 2007.

Lucsok171207

13:51 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-12-07

Zaterdag 15 december 2007.

Lezer Frank stelt me de vraag of ik me goed voorbereid heb en of ik met goede schoenen onderweg was.  

Logische vragen, want na een paar dagen stappen al je moeten laten oplappen, is niet veelbelovend.  En, laat ons eerlijk zijn, het doet vragen rijzen over de voorbereiding.  

Wat is er misgelopen bij de voorbereiding ?

Heb ik me genoeg voorbereid ? Wat is genoeg ? Ik had het plan opgevat om de eerste dagen kleine afstanden te doen, genoeg om al stappend goed getraind te raken.  Het geplande reisschema laat anders vermoeden, maar daarvan wist ik dat ik het toch niet ging houden.  Dat kon ik hier natuurlijk niet op de blog zetten, maar zou gebleken zijn uit het verschil tussen geplande en effectieve route.  

Te zware rugzak ? Hoeveel hij juist weegt, weet ik niet.  Hij is veel en veel te zwaar.  En ik vrees dat ik te veel naar goede raad geluisterd heb en me daardoor overladen heb.  Goede raad weegt immers niets, vooral niet als een ander het moet dragen.  

Goede schoenen ? Ja.  Vraag me niet naar merk, want iedereen verkiest het zijne.  

Genoeg ingedragen ? Tja, laat me een wedervraag stellen : wanneer zijn schoenen genoeg ingedragen ?

Ik kan het voor hebben dat ik met schoenen die half van mijn voeten vallen, nog blaren heb.  Ter voorbereiding heb ik alles van blaren laten vereelten.  Het gevolg is nu wel dat ik naar de smid moet in plaats van naar de pedicure.

Gevoelige voeten ? Niet bijzonder.  Gevoelige hielen ? Tot nu toe nog nooit last van gehad.  

De juiste sokken gedragen ? En met talkpoeder ? Wel, speciale anti-blarensokken, geen talkpoeder.  Zou dat het verschil gemaakt hebben ? Het zou me verbazen.  

Waaraan ligt het dan dat mijn hielen open liggen ? Wel, ik weet het niet.  Ik vermoed een combinatie van te zware rugzak, toch nog niet genoeg ingelopen schoenen en een te grote inspanning.  Overmoedige pech ?

21:51 Gepost door Ooggetuige | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |